Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Nieuws

Kooltelers op zoek alternatieven voor gewasbeschermingsmiddelen

afbeelding van Erna Steenhuis
Han Kroon - Rodeko en Ruud Hoitink- Proeftuin Zwaagdijk

Kooltelers zien dat de toelatingen voor veel gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen. De gereedschapskist raakt leeg, terwijl ze nog wel middelen nodig hebben om in te kunnen grijpen bij ziekten of plagen. Telers willen wel vergroenen, maar de kennis is er nog niet. In het onderzoeksproject 'Naar een duurzame koolteelt' wordt daarom gezocht naar alternatieven voor gewasbeschermingsmiddelen. Het bijzondere aan dit project is dat de telers meebetalen. Daarnaast denken ze actief mee. 

In Nederland worden op circa 10.000 hectare koolgewassen geteeld. Daarmee is het – met 40% van het areaal vollegrondsgroenten – de grootste gewasgroep. In het onderzoekproject 'Naar een duurzame koolteelt’, waarmee in 2017 is begonnen, wordt onderzoek gedaan naar diverse robuuste teeltsystemen, zoals met weerbare rassen, het gebruiken van natuurlijke vijanden tegen trips en via biologie.

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat steeds meer onder druk. In een uniek samenwerkingsverband zoeken kooltelers de weg naar verduurzaming. ‘Als je 100 procent buiten teelt, ben je afhankelijk van wat je in de toekomst kan en mag doen.’ 

‘We zien in het huidige politieke klimaat dat steeds meer gewasbeschermingsmiddelen verboden worden. Onze gereedschapskist raakt heel snel leeg, terwijl wij nog wel middelen nodig hebben om in te kunnen grijpen bij ziekten of plagen. Telers willen wel vergroenen, maar de kennis is er gewoonweg nog niet.’

In het onderzoeksproject ‘Naar een duurzame koolteelt’ wordt daarom gezocht naar alternatieven voor gewasbeschermingsmiddelen. ‘Voor onze bedrijven is het van belang om met deze ontwikkelingen om te gaan. Wij lopen een groot risico omdat we 100 procent buiten telen. Dan ben je afhankelijk van wat je in de toekomst kan en mag doen’, stelt Kroon.

In ‘Naar een duurzame koolteelt’, waarmee in 2017 is begonnen, wordt onderzoek gedaan naar diverse robuuste teeltsystemen, zoals met weerbare rassen, het gebruiken van natuurlijke vijanden tegen het plaagdier trips en via biologie.

Drie typen roofmijten

‘Dit jaar gaan we drie typen roofmijten toetsen op hun werking op trips’, licht onderzoeker vollegrondsgroente Ruud Hoitink van Proeftuin Zwaagdijk het onderzoeksaspect ‘biologie’ toe. ‘Dat gaat dit jaar voor het eerst gebeuren in de buitenteelt. Het is een ontwikkeling die echt nog in de kinderschoenen staat, met vragen als: hoe houd je de roofmijt levend? En: hoe krijg je ze op de plek waar je ze nodig hebt?

Dit roofmijtenonderzoek doet de Proeftuin in samenwerking met Koppert Biological Systems. Daarnaast gaat Hoitink in samenwerking met Astrid de Groot van de Universiteit van Amsterdam een proef doen naar de inzet van feromonen, een signaalstof die mensen en dieren uitscheiden.

‘Uit de wijnteelt in Duitsland en de fruitteelt in Nederland weten we dat het mogelijk is met feromonen mannelijke koolmotten te verwarren, waardoor de vrouwelijke koolmotten niet gevonden worden en er geen nageslacht ontstaat’, aldus Hoitink. ‘Feromonen waaien makkelijk weg, dus je zult heel veel dispensers moeten hebben en het is ook onbekend welke dosering we nodig hebben.’

In eerdere onderzoeksjaren is er onder andere met vangplaten gekeken naar de migratie van trips, bladluizen en andere plaaginsecten en hun natuurlijke vijanden. De vangplaten – ook nieuw in de buitenteelt – stonden op drie veldlocaties in Noord-Holland. ‘Dit onderzoek geeft veel vernieuwende inzichten, het blijkt bijvoorbeeld dat trips weinig vliegende natuurlijke vijanden kent.’

Rassenproeven

In de rassenproeven worden rassen met elkaar vergeleken op ziekte- en tripsgevoeligheid. ‘Vorig jaar zijn grote verschillen in tripsgevoeligheid tussen rassen waargenomen. De rassenkeuze kan echt een verschil maken’, stelt Hoitink.

Samenwerking 

Naast de diverse vernieuwende onderzoeken vindt Hoitink de samenwerking binnen het onderzoeksproject ‘Naar een duurzame koolteelt’ uniek. ‘Het bijzondere aan dit project is dat de telers meebetalen. Daarnaast denken ze actief mee.’De telersvereniging Rodeko bestaat twintig jaar en telt 130 leden. ‘Het komt niet vaak voor dat we met zo’n groep telers alle neuzen dezelfde kant op hebben voor onderzoek’, beaamt voorzitter Kroon. ‘Iedereen zag direct het gemeenschappelijk belang.’

Naast Rodeko en Proeftuin Zwaagdijk werken Vollegrondsgroente.net, Universiteit van Amsterdam, Bayer Cropsciene, Koppert, Greenport Noord-Holland Noord en LTO Noord Fondsen aan het project mee, of ze dragen financieel bij. 

 

Bron: Nieuwe Oogst 10 april 2019 

Foto: Jan Jong