Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Nieuws

Mengsels van groenbemesters vereisen verstand van zaken

afbeelding van Ulko Stoll

Het gebruik van mengsels van groenbemesters staat sterk in de belangstelling. Zaadbedrijven claimen gunstige effecten op bodemgezondheid en bodemweerbaarheid. Maar het is belangrijk om goed te letten op het effect van mengsels op aaltjes. Wageningen University & Research PAGV doet onderzoek om de effecten van mengsels op aaltjes, bodemweerbaarheid en bodemkwaliteit beter te begrijpen.
Het gebruik van groenbemesters is een belangrijk middel bij het behouden of verbeteren van de bodemgezondheid. Groenbemesters hebben invloed op de bodemstructuur, de nutriënten in de bodem en het organische stofgehalte van de bodem. Volgens de herziene GLB-regels van 2014, is het toegestaan om het areaal aan mengsels van groenbemesters voor 30% mee te tellen voor het totale areaal aan vergroening op het erf. Hierdoor kwam er veel aandacht voor het gebruik van mengsels van groenbemesters. Dit werd nog versterkt doordat zaad- en veredelingsbedrijven mengsels ontwikkelden waarin de gunstige eigenschappen van verschillende groenbemesters met elkaar werden gecombineerd, door bijvoorbeeld diep en minder diep wortelende gewassen te combineren of een combinatie van snel sluitende gewassen met gewassen die een goede doorworteling teweegbrengen. Er zijn meerdere mengsels van groenbemesters op de markt die specifiek bedoeld zijn voor de beheersing en/of bestrijding van aaltjesbesmettingen
Het risico bij een aantal van deze mengsels, is dat er soms een groot aandeel gewassen in het mengsel voorkomt die aaltjes vermeerderen (waardgewassen). Een voorbeeld hiervan is een mengsel dat voor 36% uit Alexandrijnse klaver bestaat, wat een (matige) waardplant is voor het gele bietencysteaaltje. Desondanks wordt door de producent geclaimd dat het bietencysteaaltje op dit mengsel zich niet vermeerdert. Zo wordt er ook een mengsel aangeboden waarvan ruim 60% van  mengsel wordt gevormd door gewassen die het wortellesieaaltje sterk vermeerderen. De producent claimt echter dat het mengsel de impact van aaltjes verlaagt en de populatie wortellesieaaltjes zelfs zou verminderen.
 
Een aaltje weet de weg
“Over het effect dat mengsels van groenbemesters hebben op de aaltjespopulatie op een perceel, is nog veel onduidelijk”. Zegt Leendert Molendijk, onderzoeker Nematologie aan de Wageningen UR Praktijkonderzoek AGV. “Een groot deel van de kennis over populatiegroei van schadelijke aaltjes, is gebaseerd op monoculturen. Hoe die populatiegroei verandert als je meerdere gewassen met verschillende waardplantstatus op een perceel zaait, daar moet meer kennis over komen.” Daarom wil  Molendijk onderzoek doen naar het effect van een mix van waardplanten en niet-waardplanten op de ontwikkeling van bijvoorbeeld het wortellesieaaltje. In een eerste pilot zijn al interessante waarnemingen gedaan (zie kader). Een veel gehoorde theorie over het effect van mengsels is dat de aaltjes gedesoriënteerd worden door de veelheid aan soorten, en daardoor de waardplant niet meer kunnen vinden. In dit onderzoek doet dit verschijnsel zich niet voor. “En dat is eigenlijk ook logisch.” Legt Molendijk uit. “De aaltjes zijn ooit in een natuurlijke omgeving geëvolueerd, daar had je altijd meerdere soorten planten door elkaar groeien. Een aaltje dat daardoor in de war zou raken, zou het niet lang overleefd hebben. De evolutie selecteert dus waarschijnlijk op aaltjes die prima met mengsels van soorten om kunnen gaan.”
 
Weerbare bodems
Een ander onderwerp dat samenhangt met groenbemestermengsels is het begrip ‘bodemweerbaarheid’. In bodems met een hoge weerbaarheid ontstaat minder schade in het gewas ondanks dat er toch schadelijke organismen in de bodem voorkomen. Er zijn meerdere factoren van invloed op de weerbaarheid van de bodem, en al die factoren houden ingewikkeld verband met elkaar. Hoe bodemweerbaarheid precies werkt, daar wordt nog veel onderzoek naar gedaan (www.beterbodembeheer.nl). Toch worden mengsels van groenbemesters vaak aangeprezen alsof ze de bodemweerbaarheid verbeteren. Dit is deels waar, en deels niet waar. Groenbemesters brengen verse organische stof in, en onderzoek wijst uit dat dit kan bijdragen aan een meer weerbare bodem. Maar dat geldt dus voor elke groenbemester, zowel monocultuur als mengsel, die veel organische stof inbrengt. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een toetsmethode om bodemweerbaarheid tegen verschillende soorten aaltjes te testen” vertelt Molendijk. “We hopen dat producenten van mengsels deze methode ook zullen gaan gebruiken om de effectiviteit van hun producten te bewijzen.”
 
Verstandige mengsels gebruiken
Dat mengsels van groenbemester een meerwaarde kunnen bieden voor de teler, is wel duidelijk. Maar het is belangrijk om te weten wat je zaait. Hoe kun je als teler nou bepalen of een bepaald mengsel geschikt is? Het is belangrijk voor de teler om te weten wat er speelt op zijn perceel om de juiste keuze voor groenbemesters te maken. Het effect van een mengsel is afhankelijk van de eigenschappen van het perceel zoals grondsoort, geschiedenis van de vruchtwisseling en evt. aanwezigheid van bodemziektes. Op lichte gronden bijvoorbeeld, zijn wortellesieaaltjes vaak een risicofactor, terwijl structuurverbetering vaak minder relevant is. Een mengsel heeft dan mogelijk geen meerwaarde ten opzichte van een monocultuur groenbemester met hoge organische stof opbrengst. In het ergste geval kan er door het gebruik van het verkeerde mengsel zelfs schade in het volggewas  ontstaan als niet goed is gelet op de waardplantstatus van de verschillende gewassen in een mengsel. Molendijk:  “Ik raad telers altijd aan om www.aaltjesschema.nl te raadplegen, en zelf na te gaan of een mengsel geschikt is voor de situatie op het perceel. Ook slim bemonsteren is hierbij van belang, zodat je goed op de hoogte bent van de aaltjessituatie op je perceel.
 
Mengsels & het Wortellesieaaltje
Wageningen University & Research PAGV onderzoekt wat het effect is van mengsels van waard- en niet-waardplanten op de ontwikkeling van populaties van aaltjes. Hiervoor is een experiment uitgevoerd in potten (zie foto). In de potten werden mengsels van mais (goede waard), Japanse haver (slechte waard) en Afrikaantjes (actieve bestrijder) gezaaid. Vervolgens werden wortellesieaaltjes toegevoegd aan de potten om te zien of de populatie zou toe- of afnemen bij verschillende mengsels (zie figuur 2). Uit de resultaten bleek dat je bij een mix van Mais en japanse haver, nog steeds bijna tweederde van de vermeerdering had vergeleken met monocultuur Mais. Zelfs in de mix tussen Maïs, japanse haver en Afrikaantjes groeide de populatie aaltjes hard, terwijl de waardplant mais maar 33% van het mengsel uitmaakte. Dit geeft aan dat er in de praktijk goed moet worden gelet op waardplanten in een mengsel, zelfs als het aandeel ervan minder dan de helft is. Het betreft hier eerste potproeven, maar de resultaten van een veldproef (2016) op het proefbedrijf in Valthermond lijken vergelijkbare resultaten te laten zien (figuur 1). In een proef met verschillende groenbemesters, veroorzaakte een mengsel met ruim 70% waardplanten een sterke toename van de aaltjespopulatie op het perceel. Op het perceel worden dit jaar aardappel geteeld, en opbrengstcijfers moeten uitwijzen wat de gevolgen van deze toename is voor de opbrengst van het gewas.
Matthijs van Dijk

Over de auteur: Matthijs van Dijk is student Toegepaste Biologie aan de Aeres Hogeschool Almere. Zijn afstudeerstage doet hij bij Wageningen University and Research, praktijkonderzoek Akkerbouw, Groene Ruimte & Vollegrondsgroenten. Hier doet hij onderzoek naar de effecten van groenbemestermengsels op aaltjes en de bodemweerbaarheid.