Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Nieuws

RHP-kwaliteitskeurmerk

afbeelding van Ulko Stoll

“Doe maar hetzelfde substraat als vorig jaar!” Dit lijkt de eenvoudigste manier om substraat te bestellen voor de nieuw op te zetten aardbeienteelt, maar “het substraat van vorig jaar bestaat niet meer”. Marco Zevenhoven van RHP gaat in op het unieke RHP-systeem van kwaliteitscontrole van substraten en op de noodzakelijke aandacht die de teler moet geven aan het bestellen van het substraat maar ook aan het oppotten.
 
Certificaat
RHP is het kenniscentrum voor substraten. RHP houdt zich al 30 jaar bezig met (gezamenlijk) innovatief onderzoek, continue kennisontwikkeling en advies over substraten. Daarnaast beheert zij het RHP-keurmerk. In de jaren zestig ontstond een samenwerkingsverband met als doel kennis en richtlijnen te ontwikkelen voor het vaststellen van normen voor potgrond. In de begintijd was het een overheidsorgaan met bemensing door onderzoekers, voorlichters en betrokkenen. In 1986, ruim 30 jaar geleden, mondde dit uit in een geprivatiseerde Stichting RHP. RHP is een kenniscentrum voor  substraten met continue kennisontwikkeling, dat aangesloten gecertificeerde bedrijven een uniek systeem voor ketenkwaliteitsborging biedt en ze toegang geeft tot zijn kennis en kunde. De certificering en de controle op de kwaliteit is ondergebracht bij de erkende certificeerders MPS-ECAS en Kiwa. RHP is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. RHP-gecertificeerde substraatleveranciers hebben een certificaat voor de kwaliteit van de producten. Dat betekent dat de gehele keten van substraatproductie wordt gecertificeerd. Dus inclusief winning van grondstoffen, opslag, transport, productie, enz. Producten met een RHP-keurmerk zijn constant van samenstelling, hebben duidelijke specificaties en door controle op hygiëne, vrij van schadelijke organismen.
Droge plekken
Zevenhoven geeft een voorbeeld van hoe onderzoek van RHP leidt tot een norm binnen het RHP-certificaat: “De snelheid van de wateropname kan per substraat sterk verschillen. Dit heeft gevolgen voor de manier van watergeven door de kweker. Door onderzoek van RHP is een meetmethode ontwikkeld voor de wateropname. Deze zogenaamde WOK-analyse (Water Opname Karakteristiek) geeft inzicht in de snelheid van wateropname van substraten. Inmiddels is in de RHP-norm opgenomen dat substraat moet zijn voorzien van een WOK-klasse dat deze wateropnamesnelheid aangeeft. De gebruiker kan daarmee keuzes maken voor de mate van vochtopname die past bij de eigen watergeefstrategie.
 
RHP-keurmerk
Substraat dat voldoet aan het RHP-keurmerk is altijd te herkennen aan het RHP-label op de verpakking of op de pakbon. Substraat met RHP-keurmerk kent de volgende specificaties: EC, stikstof, fosfaat, kalium, pH, luchtgehalte en WOK-klasse. Het is belangrijk dat kweker en substraatleverancier afspraken maken over wat deze specificaties moeten zijn. Dit kan dus tussen de ene en de andere aardbeikweker aanzienlijk verschillen. De certificeerders nemen monsters en voeren op locaties in de hele keten meerdere malen per jaar zowel aangekondigde als onaangekondigde audits uit. Voor bestrijding van ziektes ziet Zevenhoven een verschuiving van chemische naar biologische middelen. Een ontwikkeling die ook RHP nauwlettend volgt. Over de gevolgen van biologische producten in substraten is nog heel weinig bekend. Onderzoek is noodzakelijk om hier meer kennis over te vergaren. Daarnaast moeten ook de eventuele risico’s van dergelijke producten bekend zijn.
 
90% gecertificeerd
In Nederland zijn 90% van de potgrondbedrijven RHP-gecertificeerd. Dat betekent overigens niet dat deze bedrijven alleen maar substraten met RHP-keurmerk leveren. Onder bepaalde voorwaarden mogen deze gecertificeerde bedrijven ook niet-gecertificeerde substraten produceren. Dit heeft vaak te maken met de toepassing van grondstoffen waarvan de keten niet gecontroleerd wordt. Voor een kweker is het belangrijk dat hij zeker weet dat zijn substraat het RHP-keurmerk heeft. Dit blijft een belangrijke garantie.
Kennis naar telers
De ontwikkeling van RHP gaat door. Zevenhoven geeft aan dat waar tot nu toe de adviesrol vooral werd gericht op de potgrondleveranciers, het ook belangrijk is dat de kennis terecht komt bij de kweker. Hierbij speelt de RHP-substraatleverancier een sleutelrol. Het product kan weliswaar gecertificeerd zijn, maar de manier waarop ermee om wordt gegaan vraagt de nodige aandacht. Als voorbeeld trekt Zevenhoven  het vergelijk met een bouwbedrijf: het potgrondbedrijf levert een Prefab-product. Het oppotten is in dit vergelijk het werk van de afbouwploeg. De mate van stevigheid bij het oppotten is bijvoorbeeld bepalend voor het uiteindelijke luchtgehalte in de pot. Het oppotgedrag van de kweker heeft dus invloed op de wortelontwikkeling.
Afstemming
Een ander besef dat Zevenhoven aanhaalt is de hoogte van het substraat in de bak of pot. De hoeveelheid potgrond in een emmer of op een baal verschilt. Daarmee verschilt ook het bufferend vermogen en vraagt een grotere hoeveelheid potgrond onder de plant een andere sturing van water en nutriënten dan een beperkte hoeveelheid potgrond. Zevenhoven pleit voor een goede afstemming tussen substraatleverancier en teler. De afstemming tussen plantenkweker en teler over de juiste plant kan alleen effectief worden als ook een passend substraat onderdeel is van de teeltmethode. De basis voor goede plantengroei ligt in een goede plant in combinatie met een substraat dat past bij de teeltsituatie van de individuele kweker. Is deze combinatie goed op elkaar afgestemd, dan is het kader voor een geslaagde teelt al voor elkaar. RHP biedt in deze combinatie een interessante toegevoegde waarde.
 
Ulko Stoll