Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Nieuws

Vragen over teelt van plantuien

afbeelding van Ulko Stoll

"We zitten vast aan kengetallen waarvan we niet weten waar die vandaan komen." Gekke conclusie in een gesprek met Gauke kuiken van Wifo en Pim Sturms van Loonbedrijf Sturm-Jacobs uit Wieringerwerf. Aanleiding is de opbrengst meting van de plantuienpercelen die geplant zijn met de precisieplanter van Wifo in vergelijking met de traditionele plantmachine. De precisieplanter is nieuwe techniek waardoor weer opnieuw naar de teelt van plantuien kan worden gekeken. 
 
Onduidelijk
Vaststaande kengetallen in de teelt van plantuien zijn 1500 kg per ha en 21 planten per strekkende meter. Een traditioneel teeltsysteem kent 5 rijtjes op een bed binnen een spoorbreedte van 1,50 meter. Een sommetje op basis hiervan leidt tot een aantal van ruim 450 plantuitjes in een kg moeten zitten. Echter experts melden dat er gemiddeld 320 plantuien, in de sortering 8-21mm, in een kg zitten met een spreiding van 260 tot 350 uien per kg. Waar dekengetallen op gebaseerd zijn, is onduidelijk. Vast en zeker op onderzoek uit het verleden maar voor nu niet te achterhalen. Al pratende lijkt de basis te zitten in een plantafstand van 5 cm. Echter nieuwe technieken en nieuwe inzichten betekent dat vaste waarden niet meer zo vast zijn.
 
Plantgoedsorteringen
Door de inzet van precisieplanter is de verdeling in de rij veel egaler. De consequentie daarvan is dat er een mogelijkheid bestaat om met een nauwkeuriger sortering te telen. De huidige sortering 8-21 mm kan opgedeeld worden in een maat 8-14 mm en een grovere maat 15-21 mm. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om de fijne sortering minder diep te planten dan de grovere sortering. En het wordt mogelijk om van de fijnere sortering meer aantallen per hectare te planten. Dat roept tegelijk de vraag op of een kleine plantui dezelfde potentie heeft als een grotere plantui. Dus of kleine en grote uien tot dezelfde maat kunnen uitgroeien. Daar is op dit moment geen antwoord op te geven. Feit is wel dat een kengetal als 1.500 kg/ha of 21 planten per meter niet meer opgaat als verschillende sorteringen worden geplant.
 
Procenten
De andere ontwikkeling is de teelt op bredere bedden. Bedden van 2,25 zijn algemeen ingevoerd maar ook bedden van 3 meter zijn in de praktijk veelvuldig te zien. Wat tikken op de rekenmachine doet Sturms uitroepen dat verschillen in de tientallen procenten kunnen lopen. 8 rijen op 2,25 in vergelijking met 5 rijen op 1,50 m betekent 7% meer strekkende meters op een ha voor de brede bedden. Diezelfde 8 rijen op een bed van 3 meter betekent 20% minder strekkende meters op een ha. Met de mogelijkheid van de precisieplanter is er ook de mogelijkheid van 9 rijen of zelfs 10 rijen op 2,25 m. Dat leidt tot 20% respectievelijk 33% meer strekkende meters t.o.v. 5 rijen op 1,50 m. Als dan ook nog meer kilogrammen kan worden gerealiseerd met een nauwkeuriger sortering zit er nog heel veel opbrengstpotentie in de plantuien. 
 
100 ton
Nu is de plantuienteelt voor het grootste deel een speculatieve teelt waarbij de geldelijke opbrengst per ha belangrijker is dan de maximale kilogrammen maar meer kilogrammen per hectare betekent wel minder kosten dus per saldo een beter rendement. De plantuienteelt waar Sturms het loonwerk voor doet hebben een specifieke bestemming. Deze plantuien gaan de bewaring in en worden in de loop van de winter afgeleverd met bestemming schillerij. De keuze om plantuien i.p.v. zaaiuien voor deze bestemming te gebruiken is gebaseerd op de hogere opbrengstpotentie en de zekerheid van een grovere sortering waar de snijderij nadrukkelijk om vraagt. En potentie is er, Sturm schetst voorbeelden waarbij van plantuienpercelen in de Wieringermeer 100 ton per ha kan worden gerooid. Juist deze specifieke bestemming creëert de creativiteit voor rekensommetjes en de inzet van nieuwe technische mogelijkheden. 
 
De discussie met Sturms en Kuiken leidt tot nieuwe inzichten maar vooral ook tot de conclusie dat er vernieuwd onderzoek moet worden gedaan naar de teelt en de mogelijkheden van plantuien. De aanleiding voor het gesprek, de opbrengstmeting, vraagt daarom een meer gestructureerde aanpak dan alleen meten van twee verschillende percelen. Onderzoek naar nieuw teeltmethodes op basis van huidige technische inzichten moet dat inzicht geven.